Overlijden
Als u overlijdt, zorgt het pensioenfonds ervoor dat uw nabestaanden verzorgd achterblijven. U bouwt automatisch een bedrag op voor het partnerpensioen. Uw partner krijgt bij uw overlijden een maandelijkse uitkering. Dat is 70% van het ouderdomspensioen dat u hebt opgebouwd tot uw pensioendatum. Uw kinderen hebben eventueel recht op een wezenpensioen.
Als u uw partnerpensioen heeft ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen is er geen partnerpensioen meer. Bij het gedeeltelijk inruilen is er minder dan 70% partnerpensioen.
Als u komt te overlijden dan wordt het pensioenfonds automatisch via de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) geïnformeerd. Zodra uw overlijden bij ons bekend is, nemen wij contact op met uw nabestaanden. De uitkering van uw ouderdomspensioen stopt dan.
Wezenpensioen
Elk kind heeft tot het 18e jaar recht op een uitkering. Dat geld heet wezenpensioen. Hoeveel is dat? Het is 14% van uw ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd tot uw pensioeningangsdatum. Het kind heeft recht op 28% na het overlijden van beide ouders. Studeert het kind nog? Dan krijgt het kind tot uiterlijk 27 jaar een wezenpensioen.
