Mijn pensioen
U bouwt pensioen op vanaf 18 jaar of vanaf de dag dat u in dienst komt bij uw werkgever tot u met pensioen gaat. Dit pensioen, dat u krijgt als u niet meer werkt, noemen we ouderdomspensioen. U ontvangt het ouderdomspensioen vanaf de maand waarin u 65 jaar wordt. Het pensioen stopt wanneer u overlijdt.
Dit is uw pensioenregeling in grote lijnen:
- uw pensioenregeling is een middelloonregeling. Dat betekent dat uw ouderdomspensioen is gebaseerd op het gemiddelde salaris dat u in uw loopbaan verdient.
- het pensioenfonds gaat ervan uit, dat u met pensioen gaat als u 65 jaar bent. Maar u kunt ook eerder stoppen met werken.
- als u overlijdt terwijl u werkt, betaalt uw pensioenfonds elke maand geld aan uw nabestaanden. Nabestaanden zijn uw eventuele partner en kinderen.
- u kunt pensioen voor uw partner omzetten in meer pensioen voor uzelf.
Vanaf 1 januari 2006 bestaat het prepensioen niet meer. Er worden geen prepensioenrechten meer opgebouwd vanaf deze datum. Bent u geboren op of na 1 januari 1950? Dan is er een regeling waarmee u een aanvulling op uw pensioen kunt krijgen. Deze regeling heet de overgangsregeling. Om van deze regeling gebruik te kunnen maken moet u wel aan een aantal voorwaarden voldoen. U leest er meer over op deze website. Het extra pensioen uit deze regeling kunt u gebruiken om eerder te stoppen met werken. Bent u geboren voor 1 januari 1950? Dan kunt u eerder stoppen met werken door het prepensioen te laten ingaan. Onder voorwaarden kunt u gebruikmaken van de garantieuitkering van de Stichting VUT Verf- en Drukinktindustrie (VUVD).
