Veelgestelde vragen over de financiële positie van het fonds
1. Wat is een dekkingsgraad?
De dekkingsgraad is de verhouding tussen vermogen en pensioenverplichtingen (de nu en in de toekomst uit te betalen opgebouwde pensioenen). Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies voldoende geld in kas om de huidige en toekomstige pensioenen te betalen. Bij een dekkingsgraad van meer dan 100% beschikt het fonds over een buffer.
2. Aan welke dekkingsgraad moet een pensioenfonds voldoen?
Een pensioenfonds moet voldoen aan twee dekkingsgraden: de minimaal vereiste dekkingsgraad; deze is 105%. Daarnaast is er een zogenoemde vereiste dekkingsgraad. Deze is per fonds verschillend. Dit verschil is onder andere afhankelijk van de aard van de beleggingen (het percentage aandelen) en de gemiddelde leeftijd van de deelnemers van het fonds. De vereiste dekkingsgraad van Stichting Pensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie is 113,7%.
3. Hoe hoog moet de dekkingsgraad van een pensioenfonds zijn?
Hoe hoog de dekkingsgraad moet zijn, verschilt per pensioenfonds. Dit is onder andere afhankelijk van de aard van de beleggingen (het percentage aandelen) en de gemiddelde leeftijd van de deelnemers van het fonds. De algemene stelregel is dat de minimale dekkingsgraad van een pensioenfonds 105% moet zijn. De vereiste dekkingsgraad van Stichting Pensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie is 113,7%.
4. Wat is de reden van de slechte financiële positie van Stichting Pensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie?
Door de crisis op de financiële markten èn een scherpe daling van de rente is het jaar 2008 voor ons pensioenfonds een uitzonderlijk slecht jaar geworden. Pensioenfondsen moeten namelijk de actuele stand van de rente gebruiken om te berekenen hoeveel geld ze nu opzij moeten zetten om alle huidige en toekomstige pensioenen uit te betalen. De uitkomst van deze berekening zijn de zogenoemde pensioenverplichtingen. Hoe lager de rente, hoe hoger de pensioenverplichtingen en hoe lager de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen. De dekkingsgraad van Stichting Pensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie daalde van 131,8% in het begin van 2008 naar 82,5% aan het einde van het jaar. Eind november 2011 was de dekkingsgraad 86,6%.
5. Is Stichting Pensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie het enige fonds dat er slecht voor staat?
Nee, de meeste Nederlandse pensioenfondsen hebben te maken met een dekkingsgraad die onder de 105% ligt. Wereldwijd gezien staan de Nederlandse pensioenfondsen er nog het beste voor.
6. Wat is een herstelplan?
Een herstelplan is een plan van aanpak waarin pensioenfondsen laten zien welke maatregelen zij nemen om de dekkingsgraad te verbeteren. Ook moeten fondsen aangeven welke maatregelen zij nemen als het herstel niet lukt binnen de termijn die daarvoor staat. Dit is drie jaar voor de minimale dekkingsgraad van 105%. Deze termijn is verlengd naar vijf jaar vanwege de uitzonderlijke situatie op de financiële markten. Dit is maximaal vijftien jaar voor de vereiste dekkingsgraad van circa 113,7%.
7. Welke sturingsmiddelen heeft het pensioenfonds om de dekkingsgraad te beïnvloeden?
Het pensioenfondsbestuur heeft verschillende sturingmiddelen om de dekkingsgraad te beïnvloeden. Dit zijn achtereenvolgens:
- het toeslagbeleid (indexaties)
- de premie-inkomsten
- het beleggingsbeleid
- de pensioenuitkeringen
8. Wat is het beleggingsbeleid?
Beleggen op de beurs is voor een pensioenfonds noodzakelijk, in elk geval om een deel van het vermogen op te bouwen. Ook voor ons, anders halen we op langere termijn onvoldoende rendement, bijvoorbeeld om te indexeren. Een belangrijk onderdeel van het beleggingsbeleid is het beheersen van beleggingsrisico’s. Hierbij kunt u denken aan koersrisico’s van aandelen of een schommelende rente. We werken daarom met strikte beleggingsrichtlijnen die we jaarlijks aanpassen aan de actuele situatie. Dit doen we samen met onze vermogensbeheerders F&C Netherlands B.V. en Syntrus Achmea Vastgoed B.V.
9. Wat zijn de voornaamste maatregelen die in het herstelplan van Stichting Pensioenfonds Verf- en Drukinktindustrie staan?
De pensioenpremie is per 1 januari 2011 verhoogd naar 29%. In 2010 was de premie 27%. Deze premie wordt stapsgewijs verhoogd met 1% per jaar tot in 2013 de maximumpremie van 30% wordt bereikt.
Wanneer pensioenaanspraken worden aangepast aan de salarisontwikkeling of de inflatie, spreken we van indexatie. Of dat gebeurt en in welke mate, hangt meestal af van de financiële situatie van een pensioenfonds.
Geen of lagere verhoging/toeslag: Vanaf 2009 en tot het moment dat de dekkingsgraad 105% is, wordt er door ons fonds geen verhoging gegeven. Deelnemers krijgen geen verhoging van hun opgebouwde pensioenen als de lonen stijgen en gepensioneerden krijgen geen verhoging van hun pensioenuitkeringen als de prijzen stijgen.
Gezien de financiële situatie van het fonds is op 30 maart 2009 een herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Het fonds heeft in het herstelplan een evenwichtige belangenbehartiging nagestreefd. Hieronder worden in het kort de uitgangspunten van het herstelplan weergegeven. Eén van deze uitgangspunten, zoals afgesproken met CAO-partijen, is het stapsgewijs verhogen van de pensioenpremie naar 30% per 1 januari 2013.
De belangrijkste maatregelen van het herstelplan zijn:
- in de periode 2009-2017 zal er geen toeslag worden verleend
- de premie is per 1 juli 2009 verhoogd van 25% naar 26%. Vervolgens zal de premie per 1 januari van elk jaar worden verhoogd met 1%, tot het maximum van 30% is bereikt in 2013
- het renterisico van het pensioenfonds wordt in 2009 verder afgedekt van 50% naar 75%. Het renterisico is het risico dat de waarden van de portefeuille vastrentende waarden en de pensioenverplichtingen van het pensioenfonds veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente. Met het verhogen van het afdekkingspercentage loopt het pensioenfonds minder risico
10. Wat als de dekkingsgraad van het pensioenfonds niet herstelt?
Als de dekkingsgraad niet of onvoldoende herstelt, dan onderzoekt het bestuur de oorzaken daarvan. Op basis van dit onderzoek stelt het bestuur de noodzaak van aanvullende maatregelen vast. Zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk, dan wordt een keuze gemaakt uit één of meerdere van de volgende maatregelen:
- verhoging van de maximum premie
- aanpassing van het beleggingsbeleid
- verlenging van de periode waarin geen indexatie plaatsvindt
- al dan niet tijdelijke verlaging van de pensioenopbouw
- korting van de rechten
- wijziging van de inhoud van de regeling
- wijziging van het karakter van de regeling
Deze maatregelen zijn zo ingrijpend dat het bestuur hierover pas een definitief besluit neemt na overleg met CAO-partijen.
11. Waarom is de daling van de rente slecht voor een pensioenfonds?
Pensioenfondsen moeten de actuele stand van de rente gebruiken om te berekenen hoeveel geld ze nu opzij moeten zetten om alle huidige en toekomstige pensioenen uit te betalen. Als de rente laag is, moeten pensioenfondsen veel meer geld reserveren dan wanneer de rente hoog is. De sterk gedaalde rente maakt pensioenen dus extra duur.
